Voor mensen met dementie die extra zorg nodig hebben, komen er naast het verpleeghuis steeds meer alternatieve woonvormen beschikbaar. Met deze particuliere, vaak kleinschalige initiatieven wordt ingespeeld op de veranderende wensen vanuit de samenleving. Als het gaat om het leveren van goede zorg hebben al deze woonvormen één overeenkomst: wat er aan de binnenkant gebeurt, is belangrijker dan hoe het geheel er vanbuiten uitziet.

“Wist je dat het aantal mensen met dementie als gevolg van de vergrijzing in de toekomst explosief zal stijgen naar meer dan een half miljoen in 2040?”

Tussenfase

Dat ouderen met het bereiken van een bepaalde leeftijd in een verpleeghuis of andersoortige woonvorm terechtkomen, is tegenwoordig minder vanzelfsprekend dan vroeger. Een van de gevolgen van de veranderingen in de zorgwereld is namelijk dat ouderen steeds langer thuis moeten blijven wonen. Geen positieve ontwikkeling, vindt Erik Scherder, hoogleraar Klinische Neuropsychologie. Hij ziet het als een maatregel die is ingegeven door kostenbesparing, in plaats van kwaliteit van leven. “Er is niets mis met het idee dat mensen langer thuis moeten blijven wonen als ze nog gezond zijn. Maar zodra mensen achteruitgaan en beginnende dementie ontwikkelen, is er niemand die ziet dat het niet goed gaat.”
Dat ouderen in lijn met het huidige beleid pas worden opgenomen als thuis wonen echt geen optie meer is, is te zien aan de ligtijd in verpleeghuizen.

Gemiddeld brengen mensen er anderhalf jaar door voor ze overlijden. Er is dus geen sprake meer van een tussenfase, legt Scherder uit, want het leven van mensen loopt al ten einde als ze in het verpleeghuis terechtkomen. “De kans dat mensen met dementie zich dan nog aanpassen aan hun nieuwe omgeving is heel klein, want het cognitieve vermogen en de flexibiliteit om zich aan te passen aan een nieuwe situatie nemen steeds meer af.” Scherder denkt dan ook dat het goed is als er een tussenfase geïntroduceerd zou worden, waarin mensen in een prettige omgeving kunnen wonen met behoud van zelfstandigheid, maar ook met hulp. In dergelijke voorzieningen zou de kwaliteit van leven weer centraal staan, en wordt veel gedaan om de fysieke en mentale conditie van de bewoners op peil te houden.

Vraag en aanbod

Het realiseren van dit soort woonvormen komt maar langzaam op gang, want op dit moment is de zorg in Nederland voornamelijk aanbodgericht. Dat zou anders moeten, vindt Puck Bulthuis, voormalig bestuurder van Nederlandse Vereniging van Particuliere zorgondernemers (NEVEP). De houding in de gezondheidszorg zou veel meer vraaggericht moeten zijn, en er zou moeten worden ingespeeld op wat mensen nodig hebben en graag willen. “Nu moeten mensen het gewoon doen met het aanbod dat er is. Die aanbodgerichte houding wordt echter niet meer geaccepteerd.”

Er is dus sprake van een mismatch tussen het aanbod van de huidige klassieke verpleeghuiszorg en de vraag vanuit ouderen in de samenleving. Die vraag is ingegeven door een verandering in mentaliteit, weet Bulthuis. Ouderen zijn tegenwoordig steeds mondiger en kieskeuriger. Ze willen zelf bepalen waar ze terechtkomen als thuis wonen niet meer gaat, en een verpleeghuis sluit lang niet altijd aan bij hun wensen. Deze situatie vraagt om een ander aanbod. De grootste uitdaging in de zorg is dan ook om de grootschalige oplossingen in de vorm van de klassieke verpleeghuiszorg aan te passen aan de wensen van ouderen.

Biodiversiteit

De verschuiving van aanbodgerichte naar vraaggerichte zorg kan nog best lastig zijn, denkt Bulthuis. “Er zijn toch wat strikte opvattingen in de verpleeghuiszorg over wat hoort en wat niet hoort. Hierdoor krijgen mensen niet altijd wat ze graag zouden willen om een in hun ogen waardig leven te leiden.” Ze gebruikt het begrip biodiversiteit om de huidige situatie in de zorg te beschrijven. Momenteel wordt een klassieke monocultuur aangeboden, terwijl er variatie nodig is om een samenleving goed te laten functioneren. Stel dat de natuur alleen uit eiken en mieren zou bestaan, dan zou de wereld er toch ook heel anders uitzien? Uiteindelijk zou die situatie leiden tot een monocultuur waarin niemand zou kunnen leven. Planten en dieren niet, maar mensen ook niet. Volgens Bulthuis gaat dit principe net zo goed op voor de verpleeghuiszorg.
Waar bestaat die monocultuur in de verpleeghuiszorg dan precies uit? “Er is sprake van een monocultuur als in een verpleeghuis alleen minimale praktische hulp wordt geboden. Dat heeft effect op het welzijn van mensen.” De meeste bewoners voelen zich prettiger als er in een verpleeghuis iets te doen is, zodat ze zelf nog iets kunnen betekenen. Zo blijkt uit onderzoek dat mensen die dagelijks voor een plantje zorgen gelukkiger zijn en meer het idee hebben dat hun leven zin heeft in vergelijking met mensen die niets hebben om voor te zorgen. In een monocultuur wordt echter niet onderzocht wat mensen graag willen, en hoe daar iets mee kan worden gedaan. Bulthuis heeft een duidelijke oplossing voor ogen om de monocultuur in de verpleeghuiszorg te veranderen. In veel verpleeghuizen is een groot aantal vierkante meters beschikbaar dat niet voor individuele woonruimte voor ouderen gereserveerd is. In die overgebleven ruimte kan zich een bedrijf vestigen. Dat zou niet alleen schelen in de kosten, maar zou ook de dynamiek in het verpleeghuis veranderen en bijdragen aan de klimaatdoelstellingen.

Als er bijvoorbeeld een urban farming-bedrijf zou worden gestart, dan zou dat bedrijf niet alleen de mensen in het verpleeghuis, maar ook de omgeving van voedsel kunnen voorzien. De mensen uit de buurt die bij het verpleeghuis langskomen om hun groenten te halen, zorgen tegelijkertijd een heel andere sfeer in het gebouw, legt Bulthuis uit. “Dit zou nu al gerealiseerd kunnen worden. Daarvoor zijn echter investeerders nodig die visie hebben op hoe zulke plekken op een betaalbare en duurzame manier tot stand kunnen komen.”

Een stimulerende omgeving

Ook Scherder wijst op het belang van de dynamiek binnen een verpleeghuis of andere woonvorm, zeker voor mensen met dementie. De omgeving in een woonvorm werkt passiviteit vaak in de hand, vindt hij. Verpleeghuizen krijgen meer geld als mensen in bed komen te liggen en een zwaardere zorgindicatie hebben. “Ik vind dat het andersom zou moeten zijn: verpleeghuizen zouden geld moeten krijgen als ze ervoor zorgen dat mensen juist níet in bed komen te liggen.” Een dergelijke maatregel zou bijdragen aan het welzijn van mensen met dementie, want een stimulerende omgeving is ontzettend belangrijk voor deze groep. Een muziekmiddag, een uitje, of gewoon even naar buiten; het zijn allemaal verrijkende activiteiten die ervoor zorgen dat deze mensen minder snel aftakelen. Zorgen voor beweging is hierbij erg belangrijk, omdat dat zorgt voor een goede stoelgang, eetlust en energie. Als mensen de hele dag in een stoel zitten en verder niets ondernemen, zal de stofwisseling in het brein stil komen te liggen, waarschuwt Scherder. Tegelijkertijd zorgt beweging ervoor dat mensen zin krijgen in actie.

Externe factoren

Naast het aanbieden van beweging en een stimulerende omgeving is het voor mensen met dementie van groot belang dat er voldoende handen aan het bed zijn. Bij alle vormen van dementie verdwijnt namelijk de structuur uit het brein. Normaal gesproken weten mensen waar ze zijn en waarom, maar als dat referentiekader uit het brein verdwijnt, blijft alleen de buitenwereld nog over. Daarmee verdwijnt ook deels de houvast uit iemands leven. Mensen richten zich vanaf dat moment op de externe wereld, want de interne wereld neemt meer en meer af. De houvast die er nog is, wordt gevormd door de mensen om iemand heen, de externe factoren aan wie ze gewend zijn. In een woonvorm zijn dat de verzorgenden.

“Soms zitten mensen uren alleen omdat er te weinig handen aan het bed zijn. Die kunnen heel erg vertwijfeld raken als ze niet meer weten waar ze zijn en wie de mensen om hen heen zijn”, vertelt Scherder. In die situatie kan de verzorging houvast bieden. Meer uren bij mensen doorbrengen is vanuit deze optiek dus cruciaal. De hoogleraar benadrukt dan ook dat het bij woonvormen voor mensen met dementie niet alleen om het gebouw gaat, maar vooral om het personeel en de manier waarop het wordt ingezet. Beter een oud gebouw met zeer deskundig personeel dat kijkt naar de activiteiten die mensen nog kunnen en willen ondernemen, dan een nieuw gebouw waar niets gebeurt, vindt hij. “Het gaat erom dat het personeel kennis heeft van wat ouder worden met dementie inhoudt, weet wat zijn de laatste inzichten en die ook toepast.”

Nadenken over later

Bulthuis is ervan overtuigd dat er op korte termijn iets moet veranderen om op lange termijn de kleinschalige oplossingen te kunnen bieden waar steeds meer vraag naar is. Of mensen nu hun voorkeur uit laten gaan naar het verpleeghuis of andere woonvorm, het is essentieel dat ze tijdig nadenken over waar ze zouden willen wonen als ze het thuis niet meer redden. Nu ziet ze vaak dat mensen overvallen worden door de situatie. Als gevolg daarvan komen ze in veel gevallen terecht op een plek die ze zelf niet zouden hebben uitgekozen. “Als mensen zelf niet duidelijk zijn in wat ze willen, bestaat een grote kans dat onder de druk van omstandigheden anderen die keuze voor hen moeten maken. Denk er dus nu al over na, ook al lijkt het nog ver van je bed.”